Zomer 2009
Marokko
Agadir
De laatste dag van een reis is altijd een beetje rommelig, je moet rekening houden met het op tijd zijn voor het vertrek naar het vliegveld, je moet voor twaalf uur van je kamer en je kunt niet echt lekker doen waar je zin in hebt. Agadir is een nieuwe stad want in de vorige eeuw is ze grotendeels verwoest door een aardbeving en op de puinhopen is een nieuwe stad gebouwd. Het is een stad waar als je van zee, surfen en niksdoen houdt je het wel even kan uitzingen want het heeft bijna altijd zon maar voor mij is een volle dag genoeg. Onze reisleidster is al terug naar Marrakech waar haar een nieuwe groep wacht, onze chauffeur van de bus is even naar huis omdat zijn vrouw hun vierde zoon heeft gekregen. Het strand is hier mooi maar de zee erg ruw en je ziet ook maar weinig mensen zwemmen, ook hier grote parkeerterreinen vol met Franse campers die overwinteren. Om half vijf komt de bus ons halen voor het vliegveld en dan nadert het eind van de reis, een bijzonder land en heel bijzondere mensen, uitermate vriendelijk en nergens een onveilig gevoel gehad.
26 januari 2009
Essaouira
Voor dat we verder reizen brengen we in Marrakech nog een bezoek aan een zeer bijzondere tuin, namelijk de tuin van Majorelle. Dat was een Fransman, een zoon van een meubelmaker die in het begin van de twintigste eeuw naar Marokko kwam en daar als kunstschilder werkte. Hij kocht wat land en begon daar een tuin die tot op vandaag te bezoeken is, na de dood van Majorelle kocht Yves Saint Laurent de enigzins verwaarloosde tuin en herstelde die in oude glorie. De vissersplaats Essaouira, door de Portugezen Mogador genaamd maar die naam is na de onafhankelijkheid van de Fransen meteen weer verlaten, de koning die terugkeerde uit ballingschap vanuit Madagaskar wilde alle oorspronkelijke plaatsnamen weer terug, is een niet zo grote plaats maar wel heel gezellig. De haven is vol bedrijvigheid en de vers aangevoerde vis kan in kleine restaurantjes meteen gegeten worden. Het strand is breed en er is zelfs een reepje duinen, het is warm en zonnig maar nog niet zo warm dat er al mensen op het strand liggen en slechts een enkeling waagt zich in zee. Omdat er een stevige wind staat zijn er wel veel kitesurfers en een enkele gewone surfer. In de jaren zestig was het hier een hippieparadijs en dat kan je nog steeds een beetje merken aan het soort jonge publiek wat je op straat en op het strand ziet lopen. Maar op iedere parkeerplaats langs het strand staat het vol met campers voornamelijk Fransen en een enkele Duitser, die er waarschijnlijk overwinteren. Als ik dat zo zit te bekijken trekt het me niet want ik krijg de indruk dat de meeste camperaars niet veel anders doen dan rondom die camper hangen en een beetje met hun Franse buren praten. Ik ben de hele dag buiten geweest, langs het strand en een wandeling door het dorp langs alle bezienswaardigheden, veel koffie gedronken en lekker gegeten. Het zijn echt de laatste dagen en morgen vertrekken we voor de laatste stop, Agadir
24 januari 2009
Tischka
Vandaag gaan we terug naar Marrakech, daar zijn we deze reis begonnen, om er te komen moeten we een bergpas over en deze ligt op tweeëntwintighonderd meter hoogte. De Tischkapas was gisteren nog gesloten vanwege de sneeuwval en het ijs op de weg maar vanmorgen is de pas vrijgegeven dus kunnen we erover en hoeven niet vijf uur om te rijden zoals de groep die gisteren naar Marrakech vertrok. Het is en adembenemende tocht langs een smalle bergweg die gelukkig door sneeuwschuivers sneeuw en ijsvrij is gemaakt. De sneeuw ligt metershoog naast de weg en volgens de plaatselijke bevolking is het lang geleden dat er zoveel sneeuw in de bergen heeft gelegen. Ook hier is het weer duidelijk van slag maar we bereiken veilig de top en we kunnen na het koffiedrinken zelfs even sneeuwballen gooien. De weg naar beneden duurt lang want er is veel vrachtverkeer dat de berg opgaat en dat heeft voorrang, de wegen zijn smal dus het passeren gaat uiterst behoedzaam, maar dat geeft mooi de gelegenheid om rustig rond te kijken naar al die sneeuwpracht. Zodra we onder aan de berg zijn is het meteen ander weer, geen spoortje sneeuw meer en meteen warmer en als we in Marrakech zijn is het weer zomer. Door al die wisselingen van warm en koud is het in de bus net het sanatorium een dagje uit. De een na de ander is ziek, moet hoesten en heeft keelpijn. Ook de darmen en de maag hebben het bij dezen en gene te verduren zodat de medicijnen van hand tot hand gaan. Het drukste gedeelte van de reis hebben we nu wel gehad en de laatste dagen zijn er om een beetje bij te komen en te luieren hier in de stad en straks aan zee. Op het grote plein van Marrakech is veel te doen zelfs zijn er nog mannen met apen waarmee je op de foto kan en slangenbezweerders, verder heel veel fruitverkopers waar je heerlijk vers geperst sinaasappelsap kunt kopen, goed voor de broodnodige vitamines. Morgen rijden naar de kust.
22 januari 2009
Films
Vandaag is eigenlijk een vrije dag dus zonder reizen en zonder excursies, beetje later opstaan dan de afgelopen dagen en laat en langzaam ontbijten. Het is mooi weer maar nog wel koud want we zitten op meer dan elfhonderd meter hoogte in de bergen. Het leven in het stadje komt langzaam opgang, de eerste winkeltjes gaan open de bakker haalt zijn deeg uit een grote deegkneedmachine die op straat voor zijn winkel staat. De heerlijke geur van vers gebakken brood komt uit zijn winkel waar je de opening van de al brandende oven kunt zien. Ook hier is het zo dat de meeste winkeliers je naar binnen proberen te praten om hun waar aan je te slijten want het is laagseizoen en de klandizie is minimaal dus iedere klant is er een. Het begint in de loop van de morgen lekker warm te worden en ik kan weer in het zonnetje koffie drinken op een heerlijk terras. Omdat er genoeg belangstelling is gaan we smiddags naar een wereldberoemd dorpje waar heel veel grote films zijn opgenomen zoals Gladiator, Lawrence of Arabia, heel veel Bijbelse films en heel veel westerns. Het dorpje is uniek en valt onder Unesco werelderfgoed, om er te komen moet je een rivier oversteken die niet erg diep is en waar met zandzakken een doortocht is gemaakt. Hordes met jongentjes staan er om diegene die dat willen aan de hand mee naar de overkant te nemen en er een zakcentje mee te verdienen. Onze gids is een tachtigjarige oude baas die in veel films een figuranten rol heeft gespeeld en in onverstaanbaar Duits vertelt hij er trots over terwijl hij ons door het dorp voert. We mogen zelfs in een van de huizen een bezoek brengen, het dorp is niet meer bewoond maar een paar mensen hebben toestemming om er te zijn deels als bewaking. De oude vrouw laat trots alles zien tot zelf haar slaapkamer waar vanonder de dekens een angstaanjagend geluid komt, later blijkt dat haar zieke invalide man daar lag te slapen. Met de ondergaande zon die het landschap en de bergen in een rode gloed zet rijden we terug naar het hotel.
21 januari 2009
Zonsopkomst
Een zonsopkomst in de woestijn moet je gezien hebben dus gaat vanmorgen de wekker om half vijf, scheren en douchen even niet maar snel wat extra warme kleren aan want het kan erg koud zijn snachts in de woestijn. Er staan twee jeeps op ons te wachten en het eerste gedeelte van de rit naar de zandduinen gaat nog over de verharde weg maar al snel verlaten we die en komen daar waar de jeeps kunnen laten zien wat terreinrijden is. Een uur lang hobbel de bobbel over stukken hard en ook zacht zand, het is er stikdonker maar daardoor zijn de sterren extra mooi te zien. Aan het begin van de zandduinen stoppen de jeeps en is het aan ons om in het donker te gaan lopen naar de hoogte top van de duinen om de mooiste zonsopkomst te aanschouwen. Je kan ook met een kameel naar boven maar niemand van ons doet dat iets waarvan enkele later spijt krijgen want het valt niet mee in het mulle zand duintje op en duintje af. Er lopen een flink aantal gidsen mee want anders waren we hopeloos verdwaald in het donker waar alles op elkaar lijkt. Na een klein half uurtje en flink wat klimmen, vooral het laatste stuk in het mulle zand naar de top, is het wachten op de zon. Het is stervens koud maar een van de gidsen haalt ergens wat droog riet vandaan en steekt dat in brand zodat we voor even onze handen kunnen warmen. Heel langzaam wordt ons geduld beloond en kleurt de hemel van roze naar donkerrood en alle tinten die daar tussen zitten en komt de zon in volle glorie boven de duinen, als alle foto’s genomen zijn klimmen we weer naar beneden en het is net of nu het licht is de weg korter is en na een kwartiertje zijn we weer bij de jeeps alwaar de gidsen snel op een meegebracht kleedje hun koopwaar van halfedelstenen en fossielen uitspreiden om zo een centje te verdienen. Na een uurtje zijn we om negen uur weer in het hotel waar het ontbijt klaar staat en na een snelle douche gereed voor de rest van de dag. Volgens onze reisleidster gaan we naar het eind van de wereld naar de plaats Risani, eens lag de grootste oase van heel Afrika hier maar vanwege het ontrekken van het grondwater uit de bodem hebben de dadelpalmen het zeer moeilijk en zijn grotendeels verdwenen. Het hele waterbeheer is Marokko een groot probleem, over het algemeen hebben de oudste families op het platteland de rechten op het water en laten anderen en dat zijn meestal arme boeren het water kopen, er wordt ook heel veel water ontrokken om de nationale sport van de rijken namelijk het golfen te laten plaatsvinden door de golfterreinen flink te bevloeien. Dat wat van de oude karavaanroute vanaf Timboektoe is overgebleven wordt daar waar geld is gerestaureerd maar ook veel raakt in de loop van de tijd vervallen vooral ook omdat de gebouwen zijn opgetrokken uit leem met stro en deze kunnen bij onvoldoende onderhoud door regenval instorten. Na een bezoek aan de lokale markt met zijn kruiden, zijn groente en fruit en ook een hele rij afgesneden schapenkoppen waar we geen foto’s van mogen maken lunchen we heerlijk op een terras in het zonnetje. Onze reisleidster is sponsor van een schooltje waar de plaatselijke kinderen voordat ze naar de basisschool gaan al wat extra onderwijs kunnen krijgen, we brengen een bliksembezoekje aan het schooltje en gaan dan op weg naar ons hotel. Onderweg komen we in een echte zandstorm, het is heel bijzonder om dat mee te maken, het lijkt een beetje op mist want van het ene op het andere ogenblik is het zicht beperkt en schudt de bus flink in de storm.
19 januari 2009
Wintersport
Vandaag rijden we vanuit Fes naar het zuiden door het Atlasgebergte, er is een Midden en een Hoog-Atlas gebergte en wat heel ongewoon is dat er enorm veel sneeuw ligt. Na een uurtje rijden maken we een stop om wat foto’s te maken van de besneeuwde hellingen en van de sneeuw die op de cederbomen ligt. Langs de kant van de weg hebben een paar jongens zelfgemaakte sleetjes neergelegd, ze zijn gemaakt van een paar planken en de afgezaagde voorste helft van oude ski’s. Ik geef de jongen vijf dirham en sleep het sleetje de helling op, de sneeuw is niet vers meer en al aardig ijzig geworden en daarom ga ik niet helemaal de helling op want als je met hoge snelheid van het sleetje valt dan kan dat aardig zeer doen want remmen zitten er niet op. Met een redelijke snelheid glijd ik de heuvel af en met een klein beetje bijsturen om de rotsen te ontwijken kom ik veilig weer onderaan de helling. Het gebied waar we doorrijden is wonderschoon en nadat we de bergen achter ons gelaten hebben komen we in de woestijn. Het is niet de bekende zandwoestijn maar een kale vlakte met veel stenen waar eigenlijk niets groeit en ook maar weinig bewoning is en er af en toe een rondtrekkende herder met zijn kudde te zien is. Langzaam komen we in het gebied waar de karavanen vanuit Timboektoe naar Marokko trokken en de nog overgebleven nederzettingen, prachtige lemen huizen die als versterkte burchten dienst deden genaamd Kashba. De bevolking krijgt hier ook een duidelijk donkere huidskleur en doet meer Afrikaans aan.
18 januari 2009
Fes
Zoals bijna overal in onze streken zijn ook hier de Romeinen aan land gekomen hebben de bevolking overwonnen en op strategische plaatsen hun vestingen gebouwd en aan de resten daarvan brengen we een bezoek. Om er te komen verlaten we de snelweg en gaan via een smalle weg bergopwaarts waar het passeren van tegenliggers, vooral als het grote vrachtwagens zijn, een hachelijke situatie is vooral ook omdat de berm aan onze kant smal en zacht is en er naast de berm niets meer is. Sommige in onze bus zitten dan ook met het zweet in hun handen maar we bereiken veilig de opgravingen. Een ommuurde stad waar naast de restanten van wat eens een zeer mooie en rijke stad moet zijn geweest ook nog heel goed bewaard gebleven mozaiekwerk te zien is. Ook hier is de lente begonnen want overal op de grond is het een zee van oranje goudsbloemen en er bloeien zelf al bosjes kleine wilde narcissen. Na de rondleiding langs en door de opgravingen lunchen we in het dorpje van Moulah Idriss, voor veel Marokkanen een bedevaartplaats en ook een plaats waar men graag begraven wil worden, na het weer heerlijke eten brengen we een bezoek aan de zaterdagmarkt. Hier is letterlijk alles te koop en je ziet de vrouwen graaien in bergen textiel die allerhande kledingstukken bevatten, er zijn schoenen, kruiden en voedsel en huishoudelijke spullen en alles wat je meer kan bedenken is er. Als alle inkopen zijn gedaan klimt men op zijn of haar ezeltje en bepakt en bezakt, hobbelt men huiswaarts. In Meknes bouwde Moulah Ismael voor zijn naar zeggen twintig vrouwen evenzoveel paleizen, ze waren wel van leem maar toch. Dit heerschap had volgens zeggen bij deze vrouwen en zijn concubines zevenhonderd kinderen. Deze hele familie met het daarbij behorende leger woonde binnen de stadsmuren waarvan de toegangspoorten de grootste zijn van heel Noord Afrika en binnen deze stadsmuren waren enorme graanpakhuizen annex paardenstallen waar een door de speciale bouw zomer en winter een constante temperatuur van zeventien graden was, aangenaam voor mens en dier, deze complexen worden op dit moment gerenoveerd en geven een aardig beeld van die tijd. In zijn mausoleum staan naast zijn graftombe twee staande klokken, het verhaal wil dat Ismael naast zijn Marokkaanse vrouwen ook graag een Europese vrouw wilde en hij aan de koning van Frankrijk om een geschikte kandidaat vroeg. De door de koning uitgekozen vrouw had echter nogal wat voorwaarden aan een huwelijk met een Marokkaan. Hij moest afstand doen van zijn vrouwen en ze wilde niet opgesloten worden in de paleizen maar vrij rond kunnen lopen. Toen het Ismael daarmee niet akkoord ging schreef de Franse vrouw een brief waarin ze uitlegde toch maar niet te komen en als pleister op de wonde stuurde ze met de brief twee staande klokken mee waar Ismael zeer blij mee was en hij bepaalde dat bij zijn dood ze naast zijn graf moesten blijven staan. Op het grote stadsplein van Meknes is het iedere dag een drukte van belang en vandaag op zaterdag en mooi weer extra druk. Iedereen komt naar het plein voor een beetje vertier want hier treden nog steeds acrobaten op en de verhalenvertellers trekken nog steeds jong en oud publiek. Natuurlijk versta ik niets van wat ze vertellen maar de omstanders lachen om de haverklap dus moet het op deze zonnige dag wel een vrolijk verhaal zijn. De Medina van Fes is met duizenden nauwe straatjes zonder een gids voor een buitenstaander niet te doen, zelfs met gids is het al moeilijk om in de gaten te houden waar men is want de afleiding door de geuren en kleuren is groot en het is er enorm druk. Het is onvoorstelbaar wat er allemaal te koop is en hoe men daar kan leven, naast alle mensen die er lopen is er ook nog een druk verkeer van karren, ezels en muildieren die alle goederen aan en af voeren.
17 januari 2009
Meknes
Op het grote plein in Casablanca waaraan onder andere het stadhuis en de rechtbank liggen is de enige openbare klok van heel Casablanca te vinden. Wat is namelijk het geval de Marokkanen hielden bij het werken ieder zijn eigen begin en eindtijd aan men kwam wel aan het benodigde aantal uren maar nam de vrijheid om op eigen tijd te komen en te gaan. Dat was echter een doorn in het oog van de Franse overheersers en om die reden plaatste men een grote klok op de toren van het stadhuis met de mededeling dat er voortaan op de klok gewerkt zou worden. Gezien het feit dat het maar bij een openbare klok is gebleven geeft aan dat de Marokkanen niet veel gehoor hebben gegeven aan het voornemen van de Fransen. Vanmorgen gaan we de grote moskee bekijken die in de vorige eeuw is gebouwd ter nagedachtenis aan de toenmalige koning. De bouw duurde zes jaar en heeft in totaal vijfhonderd miljoen euro gekost en er zijn vijfenvijftig miljoen manuren in gaan zitten. Het geld voor de bouw van deze moskee is deels door de toch wel arme bevolking opgebracht al dan niet vrijwillig. Er kunnen binnen vijfentwintig duizend gelovige bidden en naar de preek van de imam luisteren en buiten op het plein kunnen nog eens tachtigduizend gelovige alles horen. De preek voor het vrijdaggebed wordt door de huidige koning geschreven en dan in alle moskeeën voorgelezen. Het is een enorm complex met daarin alle kunstvormen en handvaardigheden die het hele land te bieden heeft. Alle materialen zijn uit eigen land en handwerkslieden werden uit alle streken gehaald om alles in pracht en praal uit te voeren. Het is erg indrukwekkend om te zien ook al omdat het deels boven de zee is gebouwd dit omdat er volgens de koning in de Koran een vers staat waarin gezegd wordt dat de troon van Allah rust op water. Het is ook de enige moskee in Marokko die door niet moslims bezocht mag worden. Nadat we een rondleiding door de moskee hebben gehad gaan we op weg naar Rabat de huidige hoofdstad en ook woonplaats van de koning. Onderweg lekker lunchen en ik kies voor kip in citroen een heerlijke stoofschotel met een stuk naar citroen geurende kip en lekkere groentes die ik niet allemaal kan thuisbrengen. Na de lunch is er nog even tijd om wat rondte lopen en dan gaan we naar het werkpaleis van de koning. Onze gids is daarbij een oud baasje van meer dan tachtig die net zijn lang gekoesterde wens om naar Mekka te gaan in vervulling heeft zien gaan. Hij is er nog steeds vol van en zegt dat hij nu met een gerust gemoed kan sterven. Hij spreekt Duits met ons maar mede door de ouderdom zakt zijn stem steeds verder weg en is hij zijn hele verhaal vergeten. Onze reisleidster neemt het dan van hem over en vertelt ons dat het eigenlijk niet meer kan met deze gids maar dat het zo een leuk oud baasje is en hij er toch nog zoveel plezier in heeft dat is alles maar voor lief neemt. Het werkpaleis ligt midden in de stad en is een oase van rust binnen het drukke stadsgewoel en te bereiken dor poorten in de ommuring. Bezichtigen kan je alleen de buitenkant en ook dat op gepaste afstand want als we iets te dichtbij dreigen te komen dan wordt er al snel door de aanwezige soldaten een denkbeeldige lijn getrokken waar we niet over mogen komen. We bezoeken ook nog een mausoleum en de daarbij behorende nooit afgebouwde moskee en minaret. Minaretten zijn hier in tegenstelling tot in het Midden-Oosten niet rond maar vierkant maar hebben verder dezelfde functie en ook hier wordt je smorgens gewekt door de oproep tot het gebed die zo rond zes uur uit de luidsprekers schalt. Op het programma staat dan een bezoek aan een Kashba dat eigenlijk vroeger een kasteel was met tuinen en de huizen waar de soldaten in woonden. Het is hier echt al een beetje lente en er staan in de tuin al verschillende bomen in bloei die ook al een heerlijke geur verspreiden. We drinken heerlijke muntthee in het Moorse café waarbij je hele lekkere vers gebakken koekjes kan uitkiezen.
15 januari 2009
van Marrakech naar Casablanca
Er zijn twee hoofdroutes om in Casablanca te komen vanuit Marrakech kan je de tolweg nemen of de Route National en deze laatste nemen wij. De weg gaat hoofdzakelijk door landbouwgebied en langs kleine dorpen en overal zie je schaapskuddes met de daarbij behorende herders en heel veel ezeltjes die overal voor gebruikt worden. Als landbouwwerkdier of als trekdier voor een karretje of als openbaar vervoersmiddel. Door de vele schapen die er redelijk vrij rondlopen komt het nogal eens voor dat er een wordt aangereden en dan is er een groot probleem want het aangereden en meestal daarna dode schaap is dus niet Halal om het leven gekomen en daarom onrein. Dat heeft tot gevolg dat niemand het in zijn hoofd haalt om dat dode schaap aan te raken en weg te halen zodat het blijft liggen totdat het werkelijk totaal aan gort gereden is en het door de droogte uiteindelijk verdwijnt. Aan het begin van de middag komen we aan in Casablanca waar we gaan lunchen aan de boulevard , die druk onderhanden wordt genomen om het geheel nog aantrekkelijker te maken voor de komende zomergasten , want de stad ligt aan de Atlantische kust. Het grootste gedeelte van het strand is niet openbaar maar hoort bij de strandtenten die daaraan liggen en hebben ook geen stukje zandstrand maar rotsen en daarom zwemt men niet in zee maar elke strandtent heeft zijn eigen zoetwaterzwembad. We maken met de bus een rondrit door de stad om zo de belangrijkste bezienswaardigheden vast te zien en gaan dan naar ons hotel in het centrum van de nieuwe stad die men zo noemt omdat de Fransen niet in de ommuurde oude Medina wilde bouwen. Ons hotel is helemaal in de Jugendstil en op een haar na helemaal gerenoveerd en na het inchecken maken we een wandeling door de stad en dan met name het gedeelte waar veel Jugendstil gebouwen staan die op aandringen van de gemeente door de eigenaren worden opgeknapt. Wanneer we met de hele groep vol bewondering naar de bovenkant van een gevel staan te staren vraagt een Marokkaan die op het terras zit aan de reisleidster waar wij in hemelsnaam naar staan te kijken want hij woont hier al zijn hele leven en heeft nog nooit iets bijzonders aan die gevels gezien waar wij zo opgetogen over doen. Als de reisleidster het hem uitlegt kijkt hij met iets meer interesse maar hij blijft zijn hoofd schudden.
14 januari 2009
Marrakech
We landen na een vlucht van dik drie uur op de nieuwe luchthaven van Marrakech; gevlogen met Transavia door vriendelijk en in het gifgroene kleding gestoken personeel; het vliegveld is pas een paar maanden in gebruik en oogt heel erg groot voor de vier vliegtuigen die er op het platform staan en de paar mensen die er binnen lopen. De paspoortcontrole gaat lekker snel en ook de bagage is er in een oogwenk. Onze reisleidster is met ons meegevlogen vanuit Amsterdam en helpt ons bij de eerste belangrijke handeling namelijk het pinnen van de eerste Marokkaanse Dirhams en je krijgt er tien voor iedere Euro dus dat is makkelijk rekenen. Ik moet even zeggen dat het toetsenbord van de PC hier anders is dan bij ons dus is het steeds zoeken naar de goede letters en punten en komma. De bus staat klaar en is voor ons tweeëntwintigtal meer dan ruim en we houden deze bus de hele reis. De stad kleurt prachtig roze deels door de net ondergaande zon en deels omdat alle huizen hier voorzien zijn van een rozebruine pleisterlaag. De rit naar het hotel duurt maar een kwartiertje en veel van Marrakech zien we nog niet omdat zowel het vliegveld als ons hotel in een dure buitenwijk liggen met mooie grote villas.
Antalya
De laatste en ook voor wat betreft het programma wat rustigere dagen verblijven we in Deldibi een plaatsje vlakbij Antalya, het hotel ligt direct aan zee en heeft zoals alle hotels hier een klein prive kiezelstrand. Op weg naar dit hotel zijn we gestopt bij een tapijtgroothandel, volgens Selma maakt een bezoek aan deze winkel deel uit van het totale pakket en omdat de reisorganisatie provisie krijgt van de aankopen kunnen ze reis goedkoper aanbieden. Op zich is een bezoek aan deze megawinkel best de moeite waard want je krijgt er een leuke uitleg over de technieken van het knopen, de tapijtsoorten, de diverse garens en het gebruik van de motieven. Na de uitleg is er gelegenheid tot koop van een echt handgeknoopt Turks tapijt en twee echtparen hebben dat ook gedaan, ze waren zeer tevreden maar ik vraag me af of als ze thuis langs een tapijtwinkel waren gelopen of ze dan ook tot aankoop waren gekomen. Omdat het eind van de reis in zicht komt wordt er tijdens het diner gesproken over hoe we om zullen gaan met het geven van fooi voor Selma en onze chauffeur Muzo. Na wat heen en weer gepraat wordt er besloten om voor zowel de reisleidster als voor de chauffeur een enveloppe te maken waarin ieder vijfentwintig euro stort. Men is het er snel over eens dat het wel leuk zou zijn om twee mooie kaarten te kopen waar ieder nog een tekstje op kan schrijven als bedankje en of ik die kaarten kan maar wilde kopen, bij ieder het geld op halen en een dankwoordje spreken bij het laatste diner. Vooruit dan maar, zoveel moeite is dat ook weer niet en dan is het geregeld en iedereen tevreden. De volgende morgen komt bij het ontbijt een van de groep naar me toe en zegt dat er toch nog wel wat weerstand was tegen die gezamenlijke fooi, fijn kan ik iedereen weer gaan vragen hoe of wat en ja hoor blijken er twee echtparen te zijn die bezwaren hebben. Nog een keer iedereen langs met de mededeling dat het allemaal niet doorging en ieder maar zijn eigen zaakjes moet regelen en als ze me vragen waarom, ga ik ze niet vertellen wie de gierigaards zijn, dat zoeken ze zelf maar uit. In Antalya komen op zondagmorgen als we de oude stad gaan bezoeken midden in de jaarlijkse marathon terecht, veel straten zijn afgezet en onze bus moet daardoor omrijden met als gevolg dat we langs het appartement van Selma en har man komen, haar man is ook gids en net terug van een reis maar met een vrije dag nu alweer weg met de volgende. Gezellig zegt Selma dan gaan we bij mij koffiedrinken, schijnbaar geen enkel probleem voor een Turkse vrouw zolang ze maar twee minuten krijgt om de ergste rommel weg te werken en dan mogen we naar binnen komen. Terwijl zij dat doet wordt er door ons cake gekocht bij de bakker en drinken er vijftien Hollanders koffie bij de reisleidster thuis. We hebben bij de groep iemand die elk moment van de reis met zijn videocamera vastlegt, hij heet Paul is geboren in Suriname en een heel rustig type. Hij filmt alles zelf wanneer de bus moet tanken filmt hij nog het tankstation en de wegwerkzaamheden eromheen, echt werkelijk alles. Na een bezoek aan een waterval en we alweer een kleine kilometer met de bus gereden hebben roept Peter ineens “waar is Paul†, Selma schrikt zich rot en als een speer wordt de bus gekeerd en teug naar de parkeerplaats bij de waterval, daar staat Paul heel rustig en in het volste vertrouwen dat iemand in de bus hem toch wel zal missen en hij zal worden opgehaald. Als we vragen of hij niet ongerust was zegt hij nee hoor want het was toch nog licht, het zou anders geweest als het donker was want dan val ik niet meer op. Als we stukken in de bus rijden dan vertelt Selma van alles over het leven in Turkije en zo komen we ook op het onderwerp, het halen van je rijbewijs. Volgens Selma is dat helemaal niet moeilijk, zij heeft het nu tien jaar en er is in wezen niet veel veranderd, je geeft je op voor zowel theorie als praktijklessen maar daar ga je niet naar toe maar vraagt wel meteen het examen aan. Als je dan af moet rijden dan gaat dat meestel groepsgewijs en mag ieder ongeveer twee a drie kilometer in de auto met de examinator rijden. Ze doen geen moeilijke dingen zoals achteruit de hoek om of inparkeren en als er geen andere auto in de buurt is moeten ze een denkbeeldige auto inhalen en klaar ben je. De rest leer je maar in de praktijk, dat is ook wel te merken op de weg want alles haalt links en rechts in, geen richting aangeven en de voorrangsregels zijn mij niet duidelijk geworden. Haar man wilde zijn motorrijbewijs halen en dat ging op de zelfde manier, geen les gehad en bij het afrijden moest hij een stuk van tweehonderd meter om pylonen heen rijden en dan weer terug rijden maar hij reed op de terug weg ook weer om de pylonen heen en toen de examinator vroeg waarom hij dat deed gaf hij als antwoord, voor de zekerheid. Klaar en geslaagd. Op onze laatste dag bezoeken we de kerk van Sint Nicolaas in Myra, hij ligt daar begraven maar die tombe is niet te zien wel een andere maar daar ligt hij niet, vooral voor Russen is dat geen enkel bezwaar want die komen in groten getale naar deze kerk waar niet veel meer van over is dan een ruïne met wat fresco’s. Op de terugweg naar het hotel rijden we langs de Turkooizen kust en er is een prachtig stukje strand met een restaurantje waar we even stoppen, ik kan het natuurlijk niet laten en de schoenen en sokken uit, de broekspijpen omhoog en in het water maar het is zo lekker dat ik nadat ik me heb teruggetrokken in het uiterste hoekje van de baai ik snel uit de kleren was en in het water. En zo is er een eind gekomen aan een geweldige reis met heel veel bezienswaardigheden en cultuur zowel Islamitisch als Christelijk en vooral ongelooflijk mooi weer. Een prachtig land met zoals Selma steeds zegt gastvriendelijke mensen en heerlijk eten. De komende weken zal ik op een streng dieet moeten om al die openbuffet kilo’s met de heerlijke dessertbars weer kwijt te raken.
Pamukkele
Onderweg naar Pamukkele drinken we thee in een dorpje dat op de route ligt. Ik denk dat de mannen in dat theehuis weer voor weken gespreksstof hebben want ze zijn het schijnbaar niet gewend om een groep buitenlanders in hun theehuis te krijgen zeker niet als daar ook nog vrouwen bij zijn. Van heinde en verre komen mannen naar binnen om ons te bekijken, ze zijn even stil als de Imam vanaf de minaret omroept dat er iemand overleden is. Alle mannen beginnen gelijk geluidloos te bidden waarbij ze hun handen met de handpalmen naar boven openhouden, als ze klaar zijn wrijven ze even met hun handen over hun gezicht en dan zijn wij weer belangrijk. Even later komt de plaatselijke textielhandelaar met zijn waar over zijn schouders het theehuis binnen. Hij heeft naast sokken en breukbanden ook lange onderbroeken bij hem, wollen voor de winter en jaeger voor de zomer. Peter ziet er wel brood in en begint met de man te onderhandelen over een jaeger onderbroek die hij voor vijf lira koopt. Peter en ook zijn vrouw Tineke (echte Amsterdammers)hebben een scooter en dan zegt Peter is zo’n lange onderbroek heerlijk en goed tegen de wind. Ongeveer in tweehonderd voor Christus is de stad Hierapolis gesticht door een koning van Pergamon maar de warmwaterbronnen die hier zijn waren er al duizenden jaren daarvoor. Ook in de Bijbel wordt reeds genoemd en men zegt dat de apostel Philip en zijn zeven zonen hier zijn vermoord. Hierapolis is nu bekend om zijn dodenstad er liggen duizenden sarcofagen tegen de berghelling. Velen zijn door de aardbevingen omgevallen en verwoest maar heel af en toe vindt men nog er nog een de gesloten is waar nog botjes en soms sieraden in gevonden worden. Het warme water dat zeer kalkrijk is komt uit een breuklijn in de aarde en stroomt de berg af naar beneden en daarbij een witte kalklaag achterlatend genaamd Travertine. Als de zon ondergaat verandert het wit in bruin, paars of lila. De bron waar het water uitkomt, stond midden in de oude stad Hierapolis en in latere jaren noemden de Turken dit gebied het Katoenen Kasteel in het Turkse Pamukelle. Je kunt in het warme water een bad nemen en men zegt dat het goed is voor alles en zelfs dat Cleopatra hier kwam baden.
Efese
Efese is een van de eerste zeven christelijke steden van de wereld en wordt reeds in de Bijbel genoemd. Het is niet ver van ons hotel en daarom vertrekken we vandaag pas om negen uur en kunnen we dus uitslapen. Omdat we vroeg zijn en het vakantieseizoen nog niet echt begonnen zijn is het nog lekker rustig. Op het parkeerterrein zie ik een grote camper met een Duitse vlag erop staan en ik kan me haast niet voorstellen, dat het mogelijk is. In oktober toen ik in Turkije bij de berg Nemrut was zag ik net zo’n camper en heb toen even met die man staan praten en wat denk je het is diezelfde man. Nog steeds reist hij rond en net als de vorige keer vraagt hij of ik tijd heb om wat te drinken maar ook deze keer moet ik verder met de groep maar beloof hem bij de derde keer dat samen wat te gaan drinken. Efese is een enorm complex met Romeinse overblijfselen die redelijk goed bewaard zijn gebleven en waar je je met een beetje fantasie alles zoals het vroeger was kunt voorstellen. Na Efese lunchen we bij een boerenfamilie die voor ons de meest heerlijke streekgerechten heeft klaargemaakt, het is hier iedere dag zeer uitgebreid lunchen en dineren dus de kilo’s vliegen eraan. Na de lunch gaan we naar een bergdorp dat leeft van de wijnbouw en de olijventeelt en zijn daar wat winkeltjes waar ze hun eigen producten verkopen. Het lijkt echt of de tijd hier honderd jaar heeft stilgestaan. Het huis van Maria moeder van Jezus staat volgens sommige hier vlak bij Efese. Een Duitse non had in de negentiende eeuw een visioen van het huis waar Maria zou zijn gestorven en deze non had nog nooit een stap buiten haar dorp gezet. Aan het eind van de negentiende eeuw ging een priester uit Turkije aan de hand van de gegevens van de non op zoek naar dat huis vond het huis. Het was al een plaats van aanbidding door de plaatselijke bevolking en nadat de paus er eenmaal op bezoek is geweest is het een pelgrimsoord voor gelovige van over de gehele wereld waaronder ook de moslims want ook die vereren Maria als moeder van de profeet Jezus. Aan het eind van de middag brengen we nog een bezoek aan een soort Madurodam, een gepensioneerde wiskundeleraar heeft daar met poppen het leven in landelijk Turkije van de vorige eeuw nagebouwd. Zijn vrouw heeft alle kleding gemaakt en het is aandoenlijk om te zien met hoeveel liefde dat is gedaan en al met al geeft het een goed beeld van hoe het er op het platteland aan toe ging. Na uitgebreid theedrinken is er ook aan deze dag weer een eind gekomen.
Troje
Zo ik heb weer een internetcafé gevonden dus kan ik weer even mijn verhaaltje kwijt, niet alle hotels hebben internet dus soms moet ik de straat op zoals nu. Zoals ik al eerder zei bestaat de groep uit 15 mensen, zes echtparen en drie alleengaanders en na dik een week weet ik nog niet alle namen terwijl het best een leuke groep is. Gisteren was Corrie jarig dus vanmorgen bij het ontbijt lang zal ze leven gezongen en Tineke had een boek over Turkije voor haar gekocht waar iedereen zijn of haar naam op de binnenkaft had geschreven. Het was een vroeg ontbijt want om zeven uur in de bus richting Troje, het is ook nu weer prachtig weer en we rijden langs de Zee van Marmara naar het zuiden. Denk niet dat Turkije een goedkoop land is want omdat de benzine hier duur is, soms meer dan twee euro, zijn alle prijzen hier hoog zoals vaak wanneer energieprijzen hoog zijn. Zo betaalde ik voor een koffie met een gebakje zestien Lira en dat is meer dan tien euro, je had er dan wel een prachtig uitzicht op de Bosporus bij. We lunchen in de haven van Gallipoli en met een veerpont steken we de Dardanellen over en zijn we weer uit Europa en in Azië. Selma, de reisleidster, heeft verzonnen dat als we in Troje zijn we daar in het openluchttheater het verhaal van Troje gaan naspelen. De rollen worden verdeeld en ik krijg de eer om het orakel te spelen. Er is namelijk niet al teveel te zien in Troje en om het toch een beetje beeldend te maken spelen de mythologie na en voor de meeste is dat ook zeer leerzaam. Onze toeschouwers zijn een groep toevallig langslopende Japanners die niet weten wat het moet voorstellen als ze ons zien spelen maar ze klappen zeer enthousiast voor ons en wij buigen aan het eind als volleerde acteurs. Ons hotel in Assos ligt direct aan zee met uitzicht op het Griekse eiland Lesbos, samen met Rob het ik heel even gezwommen in de Egeïsche Zee, wel erg koud maar toch even erin. Het is een mooi hotel met prachtige kamers maar we zijn de enige gasten. Vandaag zijn we naar Pergamon waar boven op de berg een Acropolis is, in deze streek zijn de meeste olijfbomen van heel Turkije en Selma zegt dat hier ook de luiste mensen van heel Turkije wonen. Deze mensen zegt ze werken maar twee keer per jaar, in het voorjaar snoeien ze de olijfbomen en dan rusten ze tot de herfst. Dan zijn de olijfbomen vol met vruchten en het enige wat ze hoeven doen is schudden aan die bomen en de olijven vallen zo naar beneden. Oprapen en aan de fabriek verkopen en dan maar weer wachten tot het voorjaar wordt en inderdaad nu zie je in alle boomgaarden mensen druk bezig met snoeien en tijdens de middagpauze zitten ze op een kleed in de schaduw van de boom lekker te lunchen. Pergamon had in de antieke oudheid de op een na grootste bibliotheek van de wereld, de grootste was in Alexandrıe maar omdat de Egyptenaren bang waren dat die in Pergamon groter zou worden gaven ze geen papyrus meer aan Pergamon. Die verzonnen toen andere manieren om hun geschriften op te schrijven en uiteindelijk bleek gelooide geitenhuid zeer geschikt en zo komen we aan de naam perkament van Pergamon
İstanbul
Ankara
Het is een lange en een beetje een saaie weg van Ürgup naar Ankara, we vertrekken om half acht en als we naar buiten gaan waar de bus staat zie ik de fotograaf die gisteren in het openluchtmuseum van Göreme de groepsfoto heeft gemaakt. Hij heeft een mobiel uitstalbord met daarin de groepsfoto en de foto die van iedereen afzonderlijk is gemaakt. Het zijn leuke foto’s geworden en ze vinden dus gretig aftrek, volgens mij heeft hij ze allemaal verkocht. Voor we Cappadocıa uitrijden bezoeken we nog een keer een ondergrondse stad, ook deze stad is helemaal in de rotsen uitgehouwen en bood plaats aan het gehele dorp in geval van gevaar door rondtrekkende bendes. Er was voldoende voorraad om het indien nodig voor langere tijd uit te houden. Hier heb ik van de snel toegestroomde vrouwen twee kleine poppetjes gekocht, niet allebei bij dezelfde vrouw, en de andere van onze groep die ze kochten aangewezen bij welke vrouwen zij niet moesten kopen zodat de winst een beetje verdeeld is over het dorp. Er ligt de hele weg naar Ankara sneeuw, niet zoveel als in Cappadocia maar een dun laagje en omdat de zon schijnt kunnen we bij het zoutmeer waar we koffie drinken lekker buiten op het terras zitten. Vroeg in de middag komen we in Ankara aan waar we eerst de lunch gebruiken en daarna snel door naar het Mausoleum van Ataturk, de stichter van het moderne Turkije. De vorige keer ben ik daar niet geweest dus dat is mooi meegenomen en eigenlijk ook wel heel bijzonder. Er zijn een paar regels als je de poort van het complex bent binnengegaan, zo mag er binnen de poorten niet gerookt worden. Het is een enorm gebouw aan het eind van een brede straat van ongeveer honderd meter lang met aan weerskanten stenen leeuwen. Elke leeuw staat voor een verandering die Ataturk heeft ingevoerd, zo heeft hij onder andere het Arabische alfabet vervangen door het huidige Turkse, hij heeft het dragen van een fez verboden en een nieuwe grondwet gemaakt naar Zwitser voorbeeld. In een enorm gebouw met op de buitenmuren teksten van Ataturk staat een grote tombe ter nagedachtenis aan hem. Hij ligt niet echt in deze tombe maar is er direct onder gewoon in de grond begraven, het is een sober maar toch indrukwekkend geheel. In de belendende gebouwen zijn allerlei dingen te zien die hij heeft gebruikt of ooit van wereldleiders heeft gekregen zo staat er ook zijn auto uit negentienzesendertig en een klein statiejacht wat hij heeft gebruikt. Er is nog net voldoende tijd om naar het Museum van Anatolische Beschaving te gaan, hier wordt alles tentoongesteld, vanaf de steentijd, wat er gevonden is binnen de grenzen van het huidige Turkije. Het is een mooi museum en er is veel te zien maar om kwart voor vijf gaat onverbiddelijk de bel en moeten we eruit. Naar ons hotel voor maar een nachtje Ankara.
Göreme
Het hotel waar ik deze keer ben ligt maar honderd meter vanaf het hotel waar ik logeerde toen ik de reis in oktober maakte en zodra we vanmorgen op weg gaan gaat er een golf van herkenning door me heen. Ook al ben ik hier dus eerder geweest alles is nu toch anders want er ligt nu een halve meter sneeuw terwijl het toen het eind van de zomer was en alles nog groen. De gevallen sneeuw is hier heel fijn en glinstert als een miljoen kleine diamantjes, Cappadocıe in de sneeuw is wonderbaarlijk mooi en ik zie zoveel nieuwe dingen. Ook nu brengt de bus ons langs de belangrijkste bezienswaardigheden van deze streek, het dorpje Avanos bekend om zijn aardewerk en de ondergrondse stad, Uçhısor waar een natuurlijke burcht is uitgehouwen in de hoogste berg en natuurlijk Göreme met zijn rotskerken. Het openluchtmuseum van Göreme is eigenlijk een oud klooster met een vrouwenklooster en een mannenklooster beide ongeveer honderd meter uit elkaar uitgehouwen in de rotsen. In de kerken die om beide klooster heen staan bevinden zich de mooiste fresco’s uit ongeveer de tiende eeuw. De mooiste fresco’s bevinden zich in de Gespenkerk, hoewel ook hier veel beschadigingen zijn aangebracht, kan je nog duidelijk in stripverhaalvorm het leven van Jezus uitgebeeld zien. De meeste fresco’s zijn gemaakt door de verdreven Christenen die hier een veilig onderkomen vonden, later hebben andere geloven de beschadigingen aangebracht en ook hebben boeren de ruimtes gebruikt als stallen waardoor veel fresco’s verdwenen zijn onder een dikke roetlaag omdat er ook vuren in de ruimtes gestookt werden. Langzamerhand wordt alle roet verwijderd zodat de mooiste voorstellingen weer tevoorschijn komen. Na de hele dag cultuursnuiven sluiten we af met een bezoek aan een dorp waar wat winkeltjes zijn voor degene die wat willen kopen, wat oude gebouwen voor degene die daar nog niet genoeg van hebben en een theehuis voor hen die dorst hebben. De meesten kiezen voor de thee, omdat ze dorst hebben en ook omdat het er waarschijnlijk lekker warm is. Er zitten zo’n twaalf mannen thee te drinken maar er is ruimte genoeg voor ons, er staat een enorme potkachel te branden op grote houtblokken. Iedereen wil thee en eigenlijk ook wel wat lekkers erbij maar dat verkopen ze niet ga ik naar een winkel ernaast om koek te kopen. Terug met een grote zak Turkse koek waar er veel in zitten kom ik weer binnen en volgens Selma is het heel gewoon om in een Turks theehuis je meegebrachte etenswaren op te eten. Er zitten veel koekjes in de zak dus nadat iedereen van ons er een genomen heeft is er nog genoeg over en ga ik die uitdelen aan de rest van de mannen in het café. De koekjes hebben gretig aftrek en als ik bij de laatste man ben en hij een koekje heeft genomen vraagt hij waar ik vandaan kom. Als hij hoort dat ik uit Nederland kom begint hij in gebrekkig maar verstaanbaar Nederlands te vertellen. Hij heeft in Arnhem gewerkt bij de firma Biliton maar het belangrijkste was dat dokter Maas hem in het ziekenhuis van Arnhem van een acute blindedarmontsteking had afgeholpen. Toen de dokter na een paar dagen bij hem kwam kijken of alles goed ging vroeg de Turk aan de dokter waar deze normaal gesproken naar toe ging op vakantie. De dokter antwoorden dat hij naar Engeland, Duitsland, Frankrijk of naar Amerika ging. Fout had de Turk gezegd, je moet voortaan naar Turkije gaan. Je kan in mijn huis en je bent daar altijd welkom en sinds die tijd komt dokter Maas met zijn vrouw, diens zuster en de twee kinderen van de dokter naar Turkije op vakantie en gaat hij nooit meer ergens anders heen. De dokter heeft geluk gehad om een Turk met een blindedarmontsteking te mogen helpen want anders had hij nooit dit mooie land gezien waren de wijze woorden van de Turk en hij geeft mij een hand en begint smakelijk van zijn koekje te eten.
